Goudkoorts op Coromandel

Het zuidoosten van Coromandel is wat minder bekend bij de meeste touristen, dat merk je ook direct aan de wegen. In plaats van snelwegen vind je hier enkel 2 baans wegen door de dorpen heen. Daardoor lopen de reistijden iets op.

Besluit je deze weg te nemen kom je langs het “heart of gold” van Nieuw Zeeland, de stad Waihi. In deze stad heerst de goudkoorts, niet voor niets, want er zijn nog steeds actieve goudmijnen.

 

Een van de grootste goudmijnen ter wereld tref je aan in Waihi, de Martha mijn is 1000 x 600 meter groot, en 25 meter diep. Het centrum van de stad is hier direct aan gebouwd.

Wij startte met het wandelpad van 4 kilometer lang, de “Martha Mine Pit Rim Walkway”, welke volledig rondom de grote Martha mijn loopt. Een gemakkelijke ronde om te lopen, met een grote diversiteit. Van vogels spotten in het park, wandelen door de woonwijken en natuurlijk direct langs de mijn zelf. Wij waren verbaasd dat zo een grote mijn, zo weinig het landschap domineerde. Vanaf veel plekken van de route had je geen idee waar de mijn was, al gaven buurtbewoners wel aan bang te zijn voor verzakkingen. 

Waar Waihi nog actief is in het delven van goud, ga je iets verderop wat verder terug in de historie. In de Karangahake Gorge vind je een combinatie van prachtige natuur en de goudmijn-historie. In deze kloof vind je verschillende wandelpaden, van routes die door de mijntunnels gaan tot routes langs het water. Wij zijn even onderweg geweest, want wij wandelden tot aan de Victoria Battery. 

Het wandelpad wat wij volgde ging grotendeels langs het water. Zorg dat je een fles zonnebrand in je tas mee neemt, op een heleboel stukken vind je weinig schaduw en verbrand je dus snel.

Onderweg kwamen we 2 watervallen tegen, 1 vrij grote waterval direct langs de weg, waar dus veel gezinnen aanwezig waren voor een verfrissende duik. En een kleine waterval via een zijpaadje, heerlijk om even een pauze te nemen en tot rust te komen.

Na een uur of 3 wandelen kwamen we aan bij de Victoria Battery, hier werd vroeger erts verwerkt tot goudklompen. Wat een toffe plek. We vlogen wat rond met de drone en maakte volop foto’s. 

Om terug te komen bij de auto moesten we deels dezelfde route terug nemen. We namen een brug naar de andere kant van het water en kwamen uit bij een 1000 meter lange mijnschacht. Met wat kleine gloeilampen verlicht liep je naar de andere kant van de berg, waar je via een houten brug uit kwam bij het parkeerterrein waar onze auto stond. IJskoud en best een beetje creepy om doorheen te lopen. 

Al met al een flinke wandeling, waar we een uur of 6 over gedaan hebben. Heb je minder tijd of minder conditie, dan kun je ook gewoon met de auto parkeren vlakbij Victoria Battery en verder doorrijden tot de watervallen of de tunnels. Er zijn diverse korte en lange routes te volgen door de Karangahake Gorge.

Napier, maar dan anders

Napier, een havenstad aan het oosten van het Noordereiland. Een perfecte uitvalsbasis wanneer je een bezoek hebt gepland aan de kolonie Jan van Genten bij Cape Kidnappers. Jan van Genten kolonie bij Cape Kidnappers.

 

Niet alleen als uitvalsbasis is Napier een prettige plek, dit stadje is geen 13-in-1 dozijn plek. Waar je in veel steden veel verschillende bouwstijlen naast elkaar ziet, is dat in dit bruisende stadje anders. In 1931 is door een aardbeving de stad grotendeels verwoest. Het gemeentebestuur heeft toen gekozen voor een bijzondere vorm van wederopbouw, ze wilde een state-of-the-art, moderne stad terug, helemaal volgens de laatste mode. Van de winkelstraten, tot de bioscoop en de promenade. overal zie je de typerende geometrische lijnen en kleuren van de art-deco stijl. Deze havenstad moest een publiekstrekker worden. 

Of dit laatste helemaal is gelukt is de vraag, wij, en waarschijnlijk jij ook, hadden nog nooit van Napier gehoord. Volop plek dus voor een lekker dagje wandelen langs de tientallen kleine winkels en cafés, naar het aquarium of lekker met een ijsje over de promenade langs de zee wandelen. 

 

Vanuit het Tourist Information Center kun je, als je dat wilt, diverse tours boeken die je meer leren over de stad. Van tours met oude auto’s, tot self-guided tours met een foldertje. Ons oog viel op een iets andere folder, namelijk de Sea Walls.

In 2016/2017 is een groot art-festival geweest door samenwerking van de stad met de PangeaSeed Foundation. Op 50 plaatsen in de stad zijn kunstwerken gemaakt op de niet-zo-mooie muren. Alle kunstwerken hebben één gezamenlijk thema; ze vragen aandacht voor klimaatverandering. De kaart  stuurt je de hele stad door van de drukkere winkelstraten tot steegjes en parkeerplaatsen. Een leuke manier dus om de stad op een andere manier te ontdekken.

 

Alle 50 kunstwerken hebben te maken met de zee. Ze laten zien hoe mooi het zeeleven is, de gevolgen van milieuvervuiling en vragen aandacht voor klimaatverandering. 

Een grote aanrader! Mijn persoonlijk favoriet was “Reweave the unraveling world”, maar ook de andere kunstwerken waren de kilometers wandelen zeker waard. 

Wij hebben ze uiteindelijk niet allemaal gezien, maar div. kunstwerken hebben op mij grote indruk gemaakt. 

Via de site Sea Walls – Artists For Oceans kun je meer informatie vinden over deze stichting en waar nog meer kunstwerken van hen zijn.

Suppen onder de sterren

Soms heb je wel eens van die uitjes, waar je beide een heel ander gevoel bij hebt. 

Als je Bart vraagt naar het suppen bij Rotorua, gaat hij waarschijnlijk lachen en roepen dat het verschrikkelijk was… Zijn coördinatie is dan ook niet zo goed 😉 Ik daarentegen vond dit uitje fantastisch!

In het toerist informatie centrum vond ik een foldertje van The Paddle Board Rotorua Glow Worm Tour. Supboarden naar de glimworm grotten, tijdens zonsondergang. De vrouw van het informatiecentrum had er nog niet eerder iemand voor gehad dus moest even bellen of die tour nog wel bestond. Gelukkig wel en we konden diezelfde avond nog mee. 

Met een busje werden we opgehaald bij het informatie centrum en reden we Rotorua uit, waar we aan kwamen bij het surfcentrum aan een meer. Iedereen kreeg een wetsuit aan, een hoofdlamp en er volgde een korte uitleg hoe het suppen werkte. Vervolgens was het een kwestie van te water gaan en gewoon proberen.

De groep was toch groter als verwacht, deze werd daarom opgesplitst in 2 groepen waardoor we met ongeveer 10 per gids op pad gingen. 

Al vrij snel nadat we op het water stonden begon de zon te zakken en werd de hemel dus rood, blauw en oranje, prachtig om te zien vanaf het water. De hoofdlampjes moesten aan en we supten rustig door tot we bij de eerste grotten aan kwamen. De grotten zijn kleine inhammen in de wanden, waar je met 2 of 3 andere al zittend of liggend op de sup in wordt geduwd en vervolgens verrast wordt met een lichtspektakel. In de grotten leven namelijk duizenden glimwormen!

De glimwormen geven licht door een chemische stof in hun lijf, die voedsel of een partner aantrekt. Ze hangen zichzelf op aan de wanden of plafonds, boven het water. 

Al suppend zijn we zo een viertal grotten langs gegaan, waarbij de laatste de grootste was en ik echt magisch vond, al liggend op mijn sup met lichtjes overal rond me heen was het net alsof het kerst was. 

Terug buiten de grotten was het inmiddels echt donker geworden, en kwamen boven ons de sterren te voorschijn! Ook dit gaf voor mij een “alleen op de wereld”-gevoel waar ik met plezier aan terug denk.

En Bart, die blijft een volgende keer achter of kiest voor een kano. Want met een nat pak en gekreukeld ego was het toch net iets minder genieten. 

Foto’s met dank aan: https://www.paddleboardrotorua.com/

Waimangu, hoe de wereld ontstond

Ga je op reis op het Noordereiland, dan kom je ongetwijfeld uit in Rotorua.

Rotorua is zo’n beetje de toeristische hoofdstad van het Noordereiland, alle bustours stoppen hier wel, en dat is niet voor  niets!

Rotorua is een gebied waar veel vulkanische activiteit is. Hier vind je volop geisers, vulkanen en zagen wij de natuur in kleuren die we nog niet eerder hadden gezien.

De meeste toerbussen gaan naar de bekendste vulkanische site bij de stad, Wai-o-Tapu. Deze blog gaat echter over een plek die wij persoonlijk nog mooier vonden; Waimangu Volcanic Valley.

Het water borrelt, de bergen roken..
Groen, blauw en rood.. Welkom in Jurassic Park.

Waimangu is in alle opzichten een bijzondere plek. Van deze plek kan precies het begin der tijden worden aangewezen:  10 juni 1886, 05.30uur.  Op deze dag waren er zoveel vulkaan uitbarstingen dat het gehele gebied en alles wat er leefde ten onder is gegaan. Wat je hier ziet is een compleet nieuw ecosysteem. 

Wij waren hier op een wat druilerige dag, de parking was al vol, dus we parkeerde langs de weg. Van drukte hadden we echter geen last, wij kozen voor 4 km wandelroute, waar de meeste enkel de “highlight tour” van 1,5 km volgen.

Wandelend door het park heb ik mij verbaasd hoe zeer dit landschap leek op de oude schoolplaten die ik kende, het enige wat nog ontbrak was een dinosaurus. Varens in alle maten en soorten, groene bossen en stinkende waterpartijen, in kleuren waarvan ik niet wist dat deze in de natuur voor kwamen. Groen, geel, rood, blauw, het landschap zag er bijna giftig uit, toch leefde er volop dieren.

Voor vogel liefhebbers is dit park een echte aanrader. Door de grote hoeveelheid algen zijn er erg veel (water)vogels aanwezig. 

De wandeling is gemakkelijk om te doen en onderweg zijn genoeg bankjes waar je terecht kan. Halverwege is er een klein restaurant met toilet en aan het einde van de route, waar je eventueel  nog verder kunt met een boot over het water, is een shuttlebus service beschikbaar die je terug kan brengen naar de ingang.

Er zijn 4 routes om te wandelen, waarvan 1 hiking route die wat zwaarder zou zijn. Wij hebben gekozen voor de “full walk to the lake”, 4,5 kilometer waarbij je langs alle poelen en meren komt. 

Aan het einde van de route was de zon behoorlijk hard aan het schijnen, en wij aan het verbranden, waardoor we hebben gekozen terug te gaan naar de ingang met de bus. Ideaal dat dit kan.

Eten met allergieën in Nieuw Zeeland

Vegan, lactosevrij of glutenvrij eten Down Under. Hoe moeilijk is dat?

Ga je buiten je eigen woonplaats op vakantie is het altijd spannend wat je aantreft qua eten en drinken, helemaal wanneer je bepaalde voedingsmiddelen liever niet eet of drinkt.  

Zelf ben ik gevoelig voor lactose en gluten en probeer dit te mijden in voedsel, uit eten gaan doe ik niet graag, want iedere keer moet je al die lekkere gerechten van de kaart laten staan, of blijkt er later toch iets in te zitten wat je niet wilt. Dit was voor ons één van de redenen om met een campervan op pad te gaan i.p.v.  accommodaties te boeken, zo konden we namelijk zelf koken als we wilde.

Nieuw Zeeland heeft ons verrast als het gaat om omgaan met allergieën, ook voor deze groepen is er volop lekker eten te vinden!

Om te starten, Nieuw Zeeland is een land van veeteelt.  Er zijn meer schapen in het land als inwoners. Logisch dus dat het een land is waar veel vlees & melk wordt gegeten en gedronken. 

Wat je misschien nog niets wist, is dat de Nieuw Zeelanders heel veel aandacht besteden aan duurzaamheid. Plastic tasjes en rietjes krijg je niet, een eigen herbruikbare boodschappentas meenemen is de standaard. In veel cafés kreeg je korting wanneer je je eigen mok meebracht en liet vullen. 

Niet zo gek dus misschien dat je als vegetariër, veganist of met allergieën hier prima uit de voeten kan. Er is volop keuze in supermarkten als bv. de Countdown en de Pak’nSave, op veel plaatsen te vergelijken (en misschien nog wel groter) met een Jumbo Foodmark of AH XL.  Een lactosevrij toetje? Van Soja-, haver- of kokosmelk en aardbei, banaan of chocolade? Keuze zat!

Opvallend was ook dat je in ieder cafétje waar we binnen stapte, zelfs in kleine gehuchtjes, kon kiezen voor een cappuccino met soja of havermelk. Héérlijk, dat zie je in onze provincie nog haast nergens! Ook stond er vrijwel overal wel een glutenvrij gebakje in de vitrine (lactosevrij/vegan was wel lastiger, dus ik kocht vaak in de supermarkt een pak koekjes en had die in de auto). 

 

Sowieso onze campervan was echt fantastisch. We waren nog niet eerder gaan kamperen dus dit was voor ons uitproberen, maar dit gaan we zeker vaker doen.

Onze campervan was zelfs uitgerust met een “volledige keuken” in de kofferbak:

  • Een spoelbak met water
  • Een koelkast met genoeg ruimte voor 2 dagen eten
  • Bestek, glazen en borden
  • Diverse pannen en een fluitketel
  • 2 gaskookplaatjes (waarvan 1 ingebouwd en 1 los)
  • Diverse laatjes waar je producten in kon opbergen
  • 2 stoelen en een tafel

Het was zo lekker om gewoon ergens te kunnen stoppen, de stoeltjes uit te klappen, een pan soep op het vuur te zetten en daarna heerlijk te genieten van het uitzicht en het eten. Met het mooiste; geen zorgen over wat erin zit en of je het wel mag eten, want de ingrediënten had je zelf gekocht. Echt een hele grote aanrader! 

Onderweg zijn we niet veel uit eten geweest, maar waar we kwamen stonden vaak meerdere keuzes vegetarisch of vegan eten op de kaart. Dus naar Nieuw Zeeland met allergieën of dieetwensen; no worries! 

Toeren over de Forgotten World Highway

19 km hiken over de Tongariro Alpine Crossing voelde we de volgende dag wel in onze benen. De perfecte oplossing voor een niet té actief uitje is volgens ons de “Forgotten World Highway”. De 155 kilometer oude snelweg van Taumarunui naar Stratford is de enige stateroad in Nieuw Zeeland met nog een stuk onverharde weg. Dit is niet de snelste weg richting New Plymouth, als je snel wilt rijden kost het zo’n 2,5 uur, wij trokken er echter de hele dag voor uit.

Deze weg moet je nemen wanneer je het binnenland van Nieuw Zeeland wilt zien. Langs boerderijen, sprookjesachtige landschappen waar je de hobbits bijna kan zien en door Nieuw Zeeland enige republiek. 

Slechts 37 kilometer van Tongariro vind je het beginpunt van de state 43 highway, oftewel de Forgotten World Highway. 

Onze eerste stop was al vrij snel bij Lauren’s Lavender Farm. Precies op tijd, de lavendel stond in bloei! De farm was net open en wij waren de eerste gasten, dus hadden alle tijd en rust om rond te kijken en lopen. Overal de geur van lavendel en het gezoem van bijen en hommels, heerlijk!

Na een kop koffie, gebak en een bezoek aan de souvenirshop weer door en diverse keren onderweg gestopt voor een fotostop.

Halverwege de route zijn we afgeslagen voor een kleine de-tour naar de op 2 na hoogste waterval van het Noordereiland, Mt Damper. 

Ons viel deze waterval een klein beetje tegen, je ziet namelijk maar een stuk van de waterval waardoor de hoogte niet zo opvalt. Maar als je de hele dag de tijd hebt is het een leuke plek om even te stoppen, de benen te strekken en te pauzeren aan de picknicktafel. 

Vanaf route 43 is het ongeveer 20 minuten rijden tot aan Mt Damper. Door een schapenweide (hek sluiten!) loop je richting een stuk bos en kom je bij de waterval uit. Je moet wel via dezelfde weg weer terug naar de snelweg.

Via het “Hobbit Hole”, een onverharde tunnel van maar 1 rijstrook breed waar fossielen aan de zijwand te zien zouden moeten zijn (vanwege een tegenligger reden wij te snel om deze te zien), kom je uit in de enige republiek binnen Nieuw Zeeland, Whangamomona. 

De republiek, met in het verleden een geit, poedel en schildpad als president, is uitgeroepen in 1988 nadat de omgeving in 2 gebieden werd verdeeld. De inwoners waren het niet eens met de verdeling en riepen daarom hun stad uit als onafhankelijke republiek, met dus een eigen bestuur en president. Het stadje is echt een bezienswaardigheid waar je móet stoppen als je route 43 volgt. 

Het Whangamomona hotel is een prima plek om te stoppen voor een warme lunch. Het is daarnaast prachtig om binnen alle foto’s te bekijken die de historie vertellen van dit kleine stadje. 

Wees niet bang voor paspoortcontroles om door de republiek te gaan, maar je kunt wel een paspoortstempel kopen in het hotel.

Na 7 uur rijden waren we eind van de middag aangekomen in New Plymouth. Perfect op tijd om ‘s avonds nog naar het licht festival te gaan.

Zeker na een intensieve dag als Tongariro is een omweg via state highway 43 echt een aanrader om niet te missen! 

Kauri bomen en kiwi vogels

Kauri’s en kiwi’s, 2 iconen van Nieuw Zeeland die je ooit eens hoopt te zien. Maar beide bedreigt en in aantal afnemend. Waar kun je ze zien?

Kauri bomen, misschien heb je er nog nooit van gehoord. Deze boomsoort is typisch voor Nieuw Zeeland en komt nu enkel nog op de punt van het Noordereiland voor. Deze bomen bereiken leeftijden van boven de 1000 jaar oud, zijn gemiddeld 2 meter breed en worden enkele tientallen meters hoog! Niet voor niets heet de plek om deze bomen te bezoeken het “Giant Kauri Forest”. 

Er is nog zo’n 7500 hectare bosland waar Kauri bomen in voor komen. Vroeger werden deze bomen flink gekapt vanwege de grote houtopbrengst per boom en de bruikbaarheid van het hout. Nu mogen ze enkel nog met een speciale vergunning worden gekapt. Dat is goed nieuws, maar naast het kappen heeft de Kauri ook last van een schimmel ziekte “Kauri Dieback” genoemd. Een schimmel die bomen van alle leeftijden aantast en de boom laat sterven. Om deze giganten te zien zie je daarom op de drukste plekken speciale ontsmettingsstations voor schoeisel en wandelstokken, zijn de wandelpaden gemarkeerd en vaak zelfs voorzien van planken of grind.

Blijf op de paden en maak je schoeisel schoon zodat je de ziekte niet verspreid.

“Buiten de reisgids” is de 1e stop niet. “Tane Mahuta” is super toeristisch. Toen wij aankwamen was de parking al vol en was het dus verder parkeren langs de weg. Een groot ontsmettingsstation, foodtruck langs de weg en zelfs gidsen die je begeleiden langs de bomen en bijpraten over de historie en betekenis van de bomen voor de Maori’s. 

Als je op zoek bent naar rust kun je deze plek beter skippen, toch raden wij hem wel aan voor een kort bezoek (het pad is ook maar kort), want aan dit pad vind je de grootste en oudste bomen van het bos. Welke, ondanks de toeristen, toch echt wel indrukwekkend zijn om te zien! 

Na dit bezoek zijn wij doorgereden tot aan onze camping voor die nacht. De Trounson Kauri Park Campground. Vanaf deze camping gingen ook diverse wandelroutes het bos in langs iets kleinere Kauri bomen. De 40 minuten durende loop ging langs bomen tot wel 1200 jaar oud. De paden waren deels voorzien van planken en deels half verhard wat het een zeer gemakkelijk rondje maakte om te lopen. 

Vrijwel geen andere mensen, dus geniet gewoon lekker van de natuur rond je heen. 

Het leuke aan deze ronde is dat deze ook ‘s nachts toegankelijk is. Met een zaklamp en de goede paden is dit prima te doen. In het Giant Kauri forest leven namelijk ook Kiwi’s! 

Hét icoon van Nieuw Zeeland. Loopvogels die ongeveer kniehoogte groot zijn, welke leven in de bossen in holen en ‘s nachts te voorschijn komen. Kiwi’s zijn helaas ook bedreigt. Het klimaat van Nieuw Zeeland en de evolutie op een eiland zonder roofdieren heeft ervoor gezorgd dat deze vogel niet kan vliegen, geen borstbeen heeft én niet kan ruiken. Deze vogel stinkt. Stinkende prooien zijn gemakkelijk op te sporen door honden, ratten en wezels, en door het ontbreken van het borstbeen zijn ze zeer kwetsbaar voor beten. Het zit ze niet mee. 

De kans dat je een kiwi zal spotten is dus klein, de vogels zijn schuw en er zijn er nog maar weinig. In het Kauri forest (en op veel andere plaatsen) zul je wel een actief beheersingsplan zien tegen roofdieren, en zijn honden verboden, waardoor de vogels wel wat kansen hebben. 

Wij hebben ze helaas niet gespot, maar ook zonder kiwi’s is een nachtelijke wandeling door het bos een leuke beleving. 

Kerst vieren in Nieuw Zeeland

Do they know it's Christmas at all?

Al sinds 2002 krijgen we jaarlijks een kerstkaart uit Australië. Zo ééntje met bloeiende planten of een kerstman in zijn zwembroek op het strand.

Wanneer we in november & december op reis gaan is dit ook een terugkerend iets; KERST. Zo zagen we op onze eerste reis in 2008 naar Australië al een dansende kerstman (in volledige pak!) bij 30 graden langs de weg bezoekers naar een kerstwinkel lokken, ijspegel-verlichting aan de huizen hangen terwijl het 30 graden was en klonk “White Christmas” op de radio, maar steeds vierden we kerstmis toch thuis samen met de familie.

In 2019 wilde we dit een keer anders; BBQ’en aan het strand, en dan wel op een plek waar het zomer was. Wij vierden kerst op het strand aan het meest Noordelijke plekje van Nieuw Zeeland; Cape Reinga.

Kerst in Nieuw Zeeland is wel iets anders als kerst in Australië. “Do they know it’s Christmas?” ging regelmatig door ons hoofd. Nauwelijks versierde winkeletalages, nauwelijks kerstbomen en weinig versierde huizen. Zelfs op kerstdag zelf geen non-stop kerstmuziek op de radio. Dé rage in dit land leek het versieren van je brievenbus, dit was wel een leuke uitdaging om de leukste te spotten!

Nieuw Zeeland is dus een perfecte bestemming voor de mensen die kerst het liefste willen ontduiken. Zelfs de supermarkt is gewoon nog open op kerstdag. 

Onze kerst begon, zoals bijna iedere dag van onze reis, vroeg. We vertrokken vanaf de Wairere Boulders en zouden naar Cape Reinga rijden. De navigatie had bij het vertrek nog geen bereik, dus het eerste stuk navigeren ging op gevoel… 

Ons gevoel is echter nog niet zo goed ontwikkeld, dus na een uur zei mijn gevoel dat ik deze afslag al eerder had gezien, jawel, dit was de afslag naar de Wairere Boulders die we gisteren ook hadden genomen. We hadden een rondje gereden!

Pas rond 2 uur/half 3 kwamen we aan bij Cape Reinga, we wilden graag eerst naar de vuurtoren dus zijn doorgereden naar “P1”, bomvol uiteraard! De parkeerhulpen verwezen ons door naar “P2”, maar omdat we ook wilde overnachten besloten we maar naar de campground een paar kilometer terug te rijden in de hoop dat daar nog wel plek zou zijn. Een goede zet bleek later, want we hadden een top plek, vooraan met uitzicht op zee, en er volgden later nog velen anderen. 

 

Eenmaal gesettled de wandelschoenen aan met als doel om via de kust naar de vuurtoren te lopen, een flinke klim bleek met verschillende trappen. Halverwege zijn we uit elkaar gegaan, want mijn jetlag was echt nog te groot voor deze afstand en vooral hoogteverschillen. Bart is dus doorgelopen tot aan de vuurtoren, terwijl ik in korte broek en teenslippers vanaf een opblaasbedje bij het strand “18 graden onder nul” las. Gekregen voor Sinterklaas dus die moest wel mee naar een warm land.

 

Bart gaf aan dat de route zeer aan te raden was, lekker rustig en prachtige uitzichten. De foto’s spraken ook wel voor zich, maar ik was toch blij dat ik inmiddels de wandelschoenen voor teenslippers had kunnen verruilen!

‘s avonds moesten we natuurlijk wel wat extra uitpakken voor het kerstdiner. Best lastig met maar 1 gasbrander, dus ik bedacht me dat ik ooit in “Jamie’s 15 minutes meals” een mooi bijgerecht had gezien. Erwten en tuinbonen uit blik, gekookt met stukjes rode paprika voor de kleur. Lekker en simpel. Aangevuld met een Rumpsteak en soep was dit een prima kerstmaaltijd. Helaas was inmiddels de wind wel flink toegenomen dus ipv onze tafel en stoelen op het strand te zetten hebben we deze achter de camper gezet uit de wind, met uitzicht op zee. 

Ook 2e kerstdag begonnen we vroeg, met zonsopkomst waren we al bij de vuurtoren van Cape Reinga. Hier waren we zelfs even alleen, bijzonder omdat het overdag wel echt druk en toeristisch is. Het was genieten om de zon boven de bergen te zien komen en we konden door het gebrek aan andere mensen ook met de drone vliegen. 

 

Na deze ochtend wandeling zijn we door gereden tot aan Waipoa. Halverwege de weg moesten we natuurlijk even stoppen voor een kerstbrunch van zalm, stokbrood en smeersels. Daarbij een echt typisch NZ-uitzicht; heuvels en schapen. 

Kerst in het buitenland is voor ons nog een twijfelgeval om te herhalen, maar Oud- en Nieuw elders is iets wat we nog graag vaak willen gaan doen! 

Historie van NZ: Russell

Russell, de eerste hoofdstad van Nieuw Zeeland, is één van die plekken waar je moet zijn geweest om de historie van het land te leren. 

Bij onze reis viel ons op hoe gemakkelijk de Maori’s en de “import” met elkaar verweven zijn en samenleven, heel anders als bv. in Australië. In Russell zal je al snel ontdekken dat dit niet altijd zo geweest is en er een hele strijd vooraf is gegaan.

 

Play Video

Wij zijn ‘s morgens naar Paihia gereden en daar eerst nog aan het strand genoten van het uitzicht op dit kleine stadje. Op het strand begon een Franse inwoonster een praatje met ons, en al gauw bleek dat zij een soort “prepper” was en waren we dus zo een half uur verder op de hoogte van haar visie op de mensheid, ziektes en plastic vervuiling. Dit soort onverwachte gesprekken zijn eigenlijk de mooiste reismomenten, herinneringen die je nog lang bij blijven!  

In Paihia hebben we onze auto geparkeerd en daarna de voetveer genomen naar Russell, de tocht duurt ongeveer een kwartier. 

Russel is onderdeel van de Bay of Islands. Je komt aan in de haven en vind daar direct een paar van de oudste gebouwen van Nieuw Zeeland. Het is heerlijk wandelen aan de promenade en er is genoeg plaats om iets te eten of drinken op de terrasjes.

Over het strand zijn wij richting Maiki Hill gewandeld. Door het bos klim je langzaam de heuvel op en heb je mooie uitzichten over zee. Bovenop de heuvel is een vlaggenmast welke in de strijd tussen de Europese bezetters en de Maori’s een aantal keer is omver gehakt. De Maori’s hebben als vredessymbool uiteindelijk een nieuwe vlaggenmast terug geplaatst. 

 

Russell

Wij zijn maar een aantal uur in Russell geweest en hebben daardoor maar een klein stukje van de stad kunnen zien. Maar Russell is prima te doen als dagtour of met een overnachting erbij.

Wairere Boulders Nature Park

Dit particuliere natuurpark is nog best een stuk omrijden vanaf de gangbare routes, waarvan de laatste 10 kilometer over grind. Maar aan het einde van je tocht tref je een zeer gastvrij sprookje!

Een boerderij runnen met koeien & een bijzonder stuk natuur behouden, op deze plek is het gelukt.

De eigenaren hebben een prachtig stuk natuur bereikbaar gemaakt door paden en bruggen aan te leggen, waarbij je kunt wandelen tussen de uitgesleten rotsen en inheemse boomsoorten. De bijzondere bomen en struiken zijn voorzien van naamborden, zodat je ze leert herkennen. 

Er zijn 3 wandelroutes aangelegd van 1-3 uur in totaal, je kunt ze gemakkelijk aan elkaar knopen, ga dan uit van 3.5-4 uur.  Wij kwamen half de middag aan bij de Boulders en hebben alle looproutes gevolgd, de “Loop”, “Lookout” en “Magic Rock”. ‘s avonds konden we dus prima slapen! 

Ook voor kinderen is dit een leuk park, onderweg kunnen ze speuren naar elvenhuisjes en bijzondere dieren ontdekken in de steenformaties. 

Vanaf de “Loop” kun je de afslag nemen naar de “Magic Rock”, bij deze tocht verlaat je het bos en ga je door de koeien wei de heuvels op. Bovenaan wacht een gigantische rotsformatie die van boven breder is als beneden, en dus ieder moment om lijkt te gaan vallen. Een heerlijke plek om even bij te komen en te genieten van het uitzicht.  

Overnachten in de Boulders

De rit naar de Boulders is best een stukje om, maar je kunt hier ook overnachten. Onderaan de parking vind je een kleine, eenvoudige camping voor een stuk of 6 campers/tenten waar je voor 20 dollar kunt overnachten, en daarbij gratis entree hebt tot het park. De eigenaren kwamen eind van de avond met de quad langs voor de betaling en een praatje. Wij stonden hier met nog 1 andere camper en hadden dus heerlijk de ruimte.
Ga 's nachts ook nog even je camper uit voor de sterren, deze plek is zo ver van de bewoonde wereld dat je nauwelijks lichtvervuiling hebt en ze dus perfect kunt zien!